top of page

Meer over 'Ik leer leren'

Ieder kind kan leren!


Jonge kinderen leren automatisch. Leren gaat dan nog vooral door nieuwsgierigheid en verwondering.  Wanneer een kind ouder wordt, verdwijnt langzaam maar zeker bij de meeste kinderen de verwondering, de nieuwsgierigheid en een automatische leergierigheid.  De eisen van de grote mensen en de doorgaande ontwikkeling gaan tellen. 
Kinderen krijgen te maken met: 

  • Cito en andere toetsen 

  • Verwachtingen van ouders 

  • Meten met anderen 

  • Faalervaring 

  • Levensgebeurtenissen die het kind uit evenwicht brengen 

  • Vanaf 9 jaar ontwikkelen kinderen zich zodanig dat de buitenwereld meer invloed heeft en worden vriendschappen en omgang met leeftijdsgenoten meer belangrijk.

 

Door de pubertijd veranderen de hersenen wat invloed heeft op concentratie, plannen en organiseren. Veel ouders herkennen op sommige momenten hun kind niet meer en hopen dat het snel over gaat. De sociale media en alle techniek in computers, i-phones, spelletjes, apps en allerlei andere sociale en elektronische verleidingen doen een groot appèl op kinderen. Een kind moet sterk in zijn schoenen staan om weerstand te kunnen bieden aan deze verleidingen om nog te kunnen leren.  

Gevolg: Bij veel kinderen gaan de klepjes voor korte of langere tijd dicht. Als een kind de kleppen dicht heeft ontstaat er een leerachterstand. De lesstof gaat door en het kind loopt ergens een achterstand op. Dit overkomt ieder kind tijdens de schoolperiode. Niemand kan altijd alert zijn en ieder kind heeft te maken met gebeurtenissen die impact hebben.

Gevolgen: 

  • Het lukt veel kinderen zich te blijven ontwikkelen volgens de (cito) ontwikkelingslijn.

  • Zij zijn flexibel genoeg en pakken met of zonder (enige) ondersteuning de draad weer op.

  • Veel kinderen lopen ergens een 'gat' op. Ze hebben essentiële lesstof gemist.

  • Gat wordt niet opgemerkt. Lesstof gaat door op niveau.  

  • Veel extra inspanning van school: ib, Rt, andere methodieken, huiswerk etc. Dit gaat       echter over de inhoud in het hier en nu en niet over daar waar het kind is afgehaakt. 

  • Kinderen haken af, faalangst, concentratieproblemen, motivatieproblemen, geen feeling met eigen leerstijl

  • Op het VO lopen erg veel kinderen vast met het inplannen, uitvoeren en volhouden van aandacht bij hun huiswerk. Wanneer ze dan het koppie in het zand steken lopen ze vast.
     

Opdracht voor volwassenen: Vind de sleutel tot leren bij het kind. Waar kun je aansluiten bij de natuurlijke ontwikkeling, niveau en nieuwsgierigheid.


Wat heeft een kind nodig om te kunnen leren?

  • Reactie kunnen inhouden door bijvoorbeeld op je beurt wachten en nadenken voor je iets doet.

  • Werkgeheugen gebruiken door korte opdrachten te onthouden.

  • Emoties regelen zonder gefrustreerd te raken bij fouten en tegenslag.

  • Volhouden van aandacht, ook bij minder leuke taken.

  • Starten met een taak zelfstandig en zonder hulp .

  • Plannen en prioriteiten stellen door een plan te maken en een volgorde te bepalen.

  • Organiseren en strategie bepalen door geordende spullen en logische volgorde van taken.

  • Tijdsbeleving door inschatten hoeveel tijd een taak kost en op tijd taken afhebben.

  • Doelgerichtheid en doorzettingsvermogen om ook als het tegenzit verder te gaan.

  • Flexibiliteit om de plannen te veranderen.

  • Evaluatie en regulatie om steeds de goede dingen te kunnen doen.

 

Voorwaarde... dit is wat een kind nodig heeft op het Voortgezet Onderwijs!
En wij maar denken dat kinderen automatisch leren :-)
Uitdaging voor ouders en leerkrachten:
Het bij elkaar brengen van het kunnen leren, de opgelopen gaten dichten en het kind helpen de benodigde functies uit te bouwen.

Leidende principes van ‘Ik leer leren’:

  1. Ieder kind kan leren.

  2. Er zijn helpende (groene) en niet helpende (rode) factoren.

  3. Concentratieproblemen bestaan niet.

  4. Motivatie is mogelijk.

  5. Steun kan geregeld worden.

  6. Ieder kind kan zijn eigen leermanier ontdekken en inzetten.

  7. Kinderen leren van elkaar.

  8. Nadruk op rekenen en taal helpt niet.

1: Ieder kind kan leren

Wanneer een kind heeft leren fietsen, zwemmen en heeft leren schrijven kan het leren.
Een voorwaarde is oefenen, oefenen en oefenen en de bereidheid daartoe.

 

Leren kent 4 stappen: 

  • onbewust onbekwaam: het niet weten.

  • bewust onbekwaam: de faalangst factor.

  • bewust bekwaam: de oefenperiode.

  • onbewust bekwaam: het automatisme.

Als een kind bereid is dit te accepteren en te investeren is de grondhouding gelegd.
Ouder en leerkracht spreken kind hierop aan!

2: Er zijn helpende (groene) en niet helpende (rode ) factoren

  • Mensen hebben duizenden gedachten per dag waarvan meer dan 75% negatief.

  • Dit is een overlevingsmechanisme omdat we anders allang opgegeten waren.

  • Onze gedachten zijn leidend.(5xG)Gedachten kunnen we veranderen van rood naar groen.

  • Doelen kunnen rood zijn of groen.

  • Rood is vermijding en ongewenst.

  • Kinderen helpen om zich bewust te worden van hun rode gedachten en deze helpen om te draaien naar groene gedachten.
     

3: Concentratieproblemen bestaan niet

  • Een concentratieprobleem maskeert vaak een ander probleem.

  • Als een kind langer dan een half uur kan computeren of tv kan kijken heeft het geen concentratieprobleem.

  • Mogelijke andere problemen: Aandacht, focus, beweging, motivatie, leerprobleem, organisatie, faalangst, hooggevoeligheid of zorgen om thuis.

 

4: Motivatie is mogelijk

  • Vind de juiste voordelen voor het kind. Als een kind voordelen ziet voor zijn inspanning is het gemakkelijker.

  • Wakker de interesse aan.

  • Gun het kind de eigen worsteling.

  • Geef het kind zijn/haareigen verantwoordelijkheid.

 

5: Steun kan geregeld worden

  • Help het kind bij het vinden van geheugensteuntjes.

  • Blijf als volwassene op de juiste afstand.

  • Bied hulp aan.

  • Leer het kind hulp vragen.

    
6: Ieder kind kan zijn eigen leermanier ontdekken en inzetten 

  • Ieder kind heeft zijn eigen voorkeur om lesstof te onthouden.

  • Lesstof wordt opgenomen door de zintuigen, verwerkt door de hersenen en opgeslagen en vervolgens weer gereproduceerd.

  • Een kind kan een voorkeur hebben voor visueel leren, leren door luisteren en denken en leren door te doen.

  • Sommige kinderen zijn goed in stampwerk, sommige kinderen door betekenis geven en weer anderen leren makkelijker als ze weten hoe ze iets kunnen toepassen.

  • Ieder kind heeft een eigen belangstelling en interessegebied waardoor het gemakkelijker leert.

  • Als een kind zich bewust is van zijn leerstijl, strategie en interessegebied en leert omgaan met deze voorkeur manier te leren, gaat het leren met sprongen vooruit.

 

7: Kinderen leren van elkaar

  • Pubers hebben de gezonde! neiging zich steeds minder aan te trekken van de mening van volwassenen.

  • ‘Ik leer leren’ daagt kinderen uit zich uit te spreken over hun eigen manieren van leren en hun eigen tips en trucs om te kunnen leren.

  • Kinderen kunnen elkaar tips en trucs geven om het leren makkelijker te maken.

  • Kinderen kunnen elkaar motiveren.

  • Kinderen zijn bereid elkaar te helpen.

 

8: Nadruk op rekenen en taal helpt niet 

  • Kinderen met leerproblemen hebben vaak al veel inhoudelijke ondersteuning gehad.

  • Meer van hetzelfde werkt niet.

  • Veel ondersteuning is inhoudelijk.

  • Huiswerkbegeleiding gaat over de lesstof.

  • Kinderen hebben het nodig om de voorwaarden voor leren en het hoe van leren te leren.

Kijk voor uitgebreide informatie over de training onderstaand filmpje:   

Individuele training
veer 4
veer 2
veer 6
bottom of page